Slechts 23% van de kinderen kleiner dan 1m35 wordt op een volledig correcte manier vervoerd in de wagen. Nog problematischer is dat 13% van de kinderen zelfs helemaal niet wordt vastgemaakt. Zo blijkt uit een nieuwe grootschalige studie van Vias institute. Kinderbeveiligingssystemen verminderen de kans op dodelijke verwondingen bij een ongeval met 70% voor kinderen jonger dan 1 jaar en met 55% voor kinderen tussen 1 en 4 jaar. Elk jaar krijgen ongeveer 5000 ouders een boete van 174 euro omdat ze de wet rond kinderzitjes overtreden hebben.

 

Minder dan 1 op 4 correct vastgemaakt

Uit de observaties blijkt dat iets minder dan 1 kind op 4 (23%) correct vastgemaakt is en vervoerd wordt in een zitje dat aangepast is aan hun gewicht of lengte. Het percentage kinderen dat correct is vastgemaakt ligt iets hoger in Brussel (26%) dan in Wallonië (24%) en Vlaanderen (21%).De helft van de kinderen (50%) zit wel in een juist zitje, maar is niet correct vastgemaakt.

 

1 op 7 (14%) zit in een zitje dat niet aangepast is aan hun lengte of gewicht, de helft daarvan is bovendien ook niet correct vastgemaakt. Nog opvallender: 13% van de kinderen wordt helemaal niet vastgemaakt. Het gaat dan zowel over gevallen waarbij er helemaal geen beveiligingssysteem aanwezig is, als kinderen die in een beveiligingssysteem zitten, maar niet zijn vastgeklikt.

 

5 factoren die het correcte gebruik van kinderzitjes beïnvloeden

  • Korte trajecten zijn gevaarlijk

Voor korte trajecten van minder dan 10 kilometer is het aantal kinderen dat correct vervoerd wordt, kleiner dan voor langere trajecten.

 

  • Meer problemen met kinderzitjes in de rijrichting

De kinderbeveiligingssystemen waarbij het vaakst verkeerd gebruik werd vastgesteld, zijn het kinderzitje in de rijrichting en het verhogingskussen met rugsteun. De ernst van de gevolgen bij een ongeval zijn groter voor een kind wanneer het enkel met de gordel is vastgemaakt.

 

  • Vooral bij middelste zitplaats achteraan slecht gebruik

We stellen een groter percentage verkeerd gebruik vast bij de kinderzitjes centraal achteraan dan op de passagiersplaats rechts achteraan. Dit ligt vooral aan het feit dat er vaak te weinig plaats is voor een kinderbeveiligingssysteem op de middelste zitplaats.

 

  • De grootouders geven het goede voorbeeld

Het percentage verkeerd gebruik is significant groter wanneer het kind door een andere persoon wordt vervoerd dan door de ouders of grootouders. Verder waren alle kinderen die door de grootouders vervoerd werden, vastgemaakt.  Er was bij hen ook nergens sprake van een zitje dat niet was vastgemaakt in de wagen.

 

  • De bestuurder geeft het voorbeeld

Zoals bij vele zaken op gebied van verkeersveiligheid, worden de kinderen sterk beïnvloed door het voorbeeld dat door de ‘grote mensen’ gegeven wordt. Zo zijn meer kinderen correct vastgemaakt in de wagen als de bestuurder zijn gordel droeg ten opzichte van als de bestuurder zijn gordel niet droeg.

 

Drie kwart denkt hun kind goed te hebben vastgemaakt 

Bij deze studie werd ook aan de bestuurders gevraagd om zelf in te schatten of ze hun kind correct hadden vastgemaakt. 77% van de ondervraagde bestuurders was van mening dat ze hun kind correct en in het juiste zitje vervoerden. Vele mensen zijn dus niet op hoogte dat ze hun kind niet correct vastmaken. Wanneer ze expliciet geconfronteerd werden met hun verkeerd gebruik van het zitje, werden de volgende redenen het vaakst opgegeven: onoplettendheid of tijdsgebrek (20%), het kind dat zichzelf vastmaakt of weerstand biedt (18%) en onwetendheid over een correcte installatie van het kinderzitje (14%).

 

Wat zijn de gevolgen van je kind niet goed vastmaken?

De gevolgen van je kind niet correct vast te maken verschillen van situatie tot situatie. Bij een kleine vorm van verkeerd gebruik (vb verdraaide gordel) is de impact op de veiligheid uiteraard kleiner dan wanneer de gordel een totaal foutief traject volgt. Bij meer dan een derde van de kinderen is door een niet-correct gebruik de effectiviteit van het kinderbeveiligingssysteem zo aangetast dat bij een geval van een botsing het kind ernstige tot dodelijke verwondingen oploopt. In het geval dat je kind helemaal niet is vastgemaakt zijn de gevolgen vaak zeer zwaar. Zo komt de impact bij een botsing met een snelheid van 50 km/u overeen met 35 maal het gewicht van de persoon. Een kind van 25 kg wordt dan een massa van bijna één ton. Een botsing met een snelheid van 50 km/u is te vergelijken met een val van ongeveer 10 meter, dus van ongeveer 3 verdiepingen! Kortom: een niet-vastgeklikt kind vervoeren in de wagen is net alsof je het zou laten spelen op een balkon zonder leuning.

 

Conclusie

Kinderbeveiligingssystemen verminderen bij een ongeval het risico op een dodelijk letsel met 70% voor kinderen jonger dan 1 jaar en met 55% voor kinderen tussen 1 en 4 jaar. Ondanks deze duidelijk bewezen effectiviteit wordt slechts 23% van de kinderen volledig correct vastgemaakt. Het zorgt ervoor dat de gevolgen bij een ongeval vaak zeer ernstig kunnen zijn. Om in de toekomst de situatie te verbeteren, doet Vias institute enkele aanbevelingen. Zo is een duidelijke handleiding met symbolen een eerste stap om een verkeerde installatie tegen te gaan. Daarnaast moet er correcte informatie verspreid worden over kinderbeveiligingssystemen, zeker door speciaalzaken.

 

10 tips om foutief gebruik tegen te gaan

  1. Informeer je tijdig over welk zitje geschikt is voor jouw kind. De kinderzitjes zijn gehomologeerd ofwel volgens gewicht ofwel volgens lengte.
  2. Lees voor de installatie altijd aandachtig de handleiding.
  3. Zorg er altijd voor dat je het zitje in de juiste richting plaatst. Bij babyzitjes wil dit zeggen tegen de rijrichting in.
  4. Zorg dat de gordel steeds het juiste traject volgt.
  5. De gordel mag ook niet gedraaid zijn, zo verliest hij aan kracht.
  6. Als je kan kiezen voor een ISOFIX systeem, aarzel dan niet. Deze zijn gemakkelijker te installeren. 
  7. Let erop dat er niet te veel speling op de riempjes zit, maximaal een dikke centimeter. Ook de gordel moet overal goed aanspannen.
  8. Zorg dat de riempjes of de gordel steeds mooi over de schouder lopen en dus niet achter de rug of onder de oksel doorlopen.
  9. Klik je kind niet alleen bij lange trajecten vast. Een ongeval kan ook bij korte trajecten gebeuren.
  10. Als je kind zichzelf vastklikt, controleer dan zeker nog eens dubbel of dat wel op een correcte manier gebeurde. 

 

 

dinsdag, februari 20, 2018